Landbouw Centraal (gebiedspilots) | AgroEnergiek
Ik ben mijn wachtwoord vergeten

Dossier:

Kennis moet Stromen

Landbouw Centraal (gebiedspilots)

KRW-nummers: 08077 en 08086
Contact: John Verhoeven (JohnT.Verhoeven@wur.nl)
 
KRW08077 en KRW08086 zijn samengevoegd tot Landbouw Centraal. Hieronder volgt Hoofdstuk 1 (Inleiding) en hoofdstuk 4 (conclusies en aanbevelingen) uit het eindrapport ‘Samen aan de slag’ in Landbouw Centraal. Auteurs: F. Aarts en J. Verhoeven. PPO nr 474
 
Inleiding
 
In een aantal door landbouw gedomineerde gebieden voldoet de waterkwaliteit niet aan de normen die de Kaderrichtlijn Water daarvoor stelt. Ook de voorgenomen aanscherping van het generieke overheidsbeleid, onder meer vastgelegd in het 4de Actieplan Nitraatrichtlijn, zal naar verwachting niet voldoende zijn om die normen overal te halen. In dergelijke gebieden moet dus meer gebeuren. Meest voor de hand liggend is bestaande voorschriften aan te scherpen of nieuwe toe te voegen. Maar de kosten en effectiviteit van degelijke generieke verfijningen of aanvullingen zijn sterk afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden en de specifieke bedrijfsvoering. Ze zullen daardoor vaak niet het verwachte effect hebben en relatief duur zijn. Een betere kosteneffectiviteit moet men zoeken bij maatwerk op gebieds- en bedrijfsniveau.
 
Een in theorie kosteneffectieve weg om de vereiste waterkwaliteit te realiseren is de gebiedspartijen samen de problemen te laten analyseren en aan de slag te laten gaan om ze op te lossen op een manier die past bij de plaatselijke omstandigheden en persoonlijke preferenties van betrokkenen. Een protocol voor deze aanpak is door het project Landbouw Centraal ontwikkeld en in 7 pilotgebieden in Limburg, Brabant, Drenthe en Groningen op praktische waarde getoetst. Aan die toetsing namen onder meer 120 landbouwbedrijven en 4 waterschappen deel.
 
Het project Landbouw Centraal is een samenvoeging van twee projecten van het Innovatieprogramma Kaderrichtlijn Water. Dat zijn KRW-landbouw ZONnetje: kringlopen regiomodule Zuidoost Nederland en Samen aan de slag met nutriëntenkringlopen: kringlopen regiomodule 2 Noordoost Nederland. Beide projecten hadden als voornaamste doel na te gaan of gebiedspartijen in door landbouw gedomineerde gebieden samen in staat zijn KRW-problemen voldoende op te lossen, waarbij de nadruk voor de landbouw zou liggen bij de optimalisatie van bedrijfsvoering. Door samenvoegen van deze projecten werd op kosten bespaard, kon van meer expertise gebruik worden gemaakt en kregen de projectresultaten een bredere geldigheid en meer overtuigingskracht. Omdat twee projecten werden samengevoegd moest elk van de twee op onderdelen worden aangepast. Het betrof vooral het iets verschuiven van de klemtoon en uniformering van taalgebruik. In het zuidoosten leidde een en ander tot het sterker benadrukken van de gebiedseigenschappen en -eisen bij de optimalisatie van landbouwbedrijven en tot meer samenwerking tussen gebiedspartijen, in het noordoosten tot iets meer nadruk op de bedrijfsoptimalisatie en de aanleg van demonstratievelden.
 
Het belangrijkste resultaat van Landbouw Centraal is dat er nu een getoetste methodiek beschikbaar is waarmee gebiedspartijen, onder voorwaarden en met terugval-opties, samen aan de slag kunnen als alternatief voor maatregelen die van buitenaf, door de overheid, worden opgelegd.
 
Overheden (waaronder de waterschappen) en landbouworganisaties hebben te kennen gegeven deze methodiek te willen toepassen bij de verdere implementatie van de Kaderrichtlijn Water in door landbouw gedomineerde gebieden. In het voorliggend rapport is geprobeerd de ervaringen met de aanpak zodanig samen te vatten dat ze daarbij zo bruikbaar mogelijk zijn. Voor informatie per pilotgebied of details met betrekking tot de optimalisatie van landbouwbedrijven en kennisoverdracht wordt verwezen naar de bijlagen.
 
In dit document worden eerst de hoofdlijnen van de aanpak beschreven, daarna de ervaringen in de pilotgebieden beschreven en tot slot conclusies en aanbevelingen.
 
Conslusies en aanbevelingen

  1. Voor een aantal gebieden kan de getoetste aanpak, waarbij de gebiedspartijen samen naar eigen inzicht de gewenste waterkwaliteit realiseren, zeker meerwaarde hebben boven het van bovenaf opgelegd krijgen van verplichtingen. De meerwaarde ligt bij een betere kosteneffectiviteit, meer draagvlak bij de betrokken partijen en (mede als gevolg daarvan) meer zekerheid op realisatie van de gewenste waterkwaliteit.
  2. Niet alle gebieden komen in aanmerking voor deze aanpak. De aanpak is getoetst in gebieden die niet volledig konden voldoen aan de gestelde voorwaarden. Een nieuwe try out in een gebied dat aan alle voorwaarden voldoet is gewenst. De belangrijkste criteria zijn dat verbetering van de waterkwaliteit urgent is, dat de op te lossen problemen ook door de gebiedspartijen worden veroorzaakt en dat de partijen dit erkennen en zelf aan de slag willen om ze op te lossen.
  3. Het is noodzakelijk dat een bij alle partijen gezaghebbende persoon bereid is als trekker van het proces op te treden.
  4. In een nieuwe pilot zouden ook de resultaten van andere KRW-projecten kunnen worden ingepast.
  5. De projectperiode moet minstens 4 jaar zijn omdat gebiedspartijen voldoende tijd moeten krijgen aan elkaar te wennen en samen een goede gebiedsanalyse en gebiedsactieplan te maken.
  6. Het verdient aanbeveling bij de gebiedsanalyse en het opstellen van het gebiedsactieplan daarin gespecialiseerde instellingen te betrekken.
  7. Er moeten go-no gomomenten worden ingepast. No go betekent dat wordt teruggevallen op vooraf vastgestelde generieke maatregelen.
  8. Deelnemende landbouwbedrijven moeten voldoende schoon (gaan) produceren . Voor de eerste pijler (het optimaliseren van de N- en P-kringlopen) kunne ze kiezen uit het gebruik maken van de bedrijfs-milieuscore, met bij het gebied passende emissienormen, of stevige middelvoorschriften. De milieuscore heeft de voorkeur omdat daar veel beter een optimalisatieproces en educatieproces aan gekoppeld kunnen worden. Voor de 2de pijler (inrichting bedrijf) kan gebruik gemaakt worden van een checklist.
  9. Het verdient aanbeveling bedrijven te belonen voor beter scoren dan de norm. De Bedrijfsmilieuscore maakt dat mogelijk.
  10. Zonder goede begeleiding is bedrijfsoptimalisatie erg lastig. Begeleiding zou moeten gebeuren door onafhankelijke adviseurs, die op hun beurt weer geregeld onderling ervaringen uitwisselen en bijgeschoold worden.

De wesbite van Landbouw Centraal is niet meer actief. Rapporten zijn op de website van de WUR te vinden.

Is deze informatie waardevol voor u? - Deze functie is 'anoniem' en enkel gericht naar de dossier beheerder!